Home

MTB tocht Arosa- Hörnlihutte – Lenzerheide – Parpan – Jochalp – Tschiertschen

Duur 5,5 uur. Hoogtemeters 1500.

mtb2.jpg

De dag begint goed; de zon schijnt terwijl ik uit de gondel van Arosa stap op 2000 meter hoogte. Ik stap op mijn fiets en hoor de twee klikken die aangeven dat mijn voeten in mijn pedalen vastzitten. Een geluid wat ik deze dag nog veel zal gaan horen omdat ik vaker zal moeten afstappen dan me lief is. Het is hoogzomer en dat betekent wandeldrukte op de berg. Op het pad naar de Hörnlihutte die zich op 2500 meter bevindt kom ik dan ook genoeg wandelaars tegen die mij vrolijk begroeten terwijl ik iets terughijg. En aan het hijgen ben ik. Want de eerste strekke van mijn dagtocht komt meteen hard aan op mijn longen.

Het pad is keurig maar heeft ook de neiging om juist na een scherpe bocht veel los grond te hebben liggen waardoor ik op de momenten dat ik in de pedalen wil gaan staan om snelheid te krijgen juist wegglijdt en me weer op mijn zadel moet nestelen. De hellingshoek blijft rustig stijgen tot ik onder aan de laatste grote helling naar de top even hijgend stil kom te staan. Ik word toegelachen door een Zwitsers echtpaar dat zorgeloos fluitend naar beneden komt gewandeld. Ik krijg zin om me om te draaien om ook met een lach op mijn gezicht naar beneden te denderen, maar ik heb nog een hoger doel; op de fiets terugrijden naar Alpina. En daarom heb ik nog even te gaan. Ik stap weer op, schakel naar een lichtere versnelling en begin te stampen op de pedalen.


27 Zweetdruppels en zes keer vloeken later
ziet het hele terras van de Hörnlihutte mijn imitatie van Sylvester Stallone in de rol van bokser Rocky. Ik zwiep mijn vuisten om en om in de lucht als blijk van mijn overwinning. Ik heb het gevoel op de top van de wereld te staan. Het feit dat er 20 meter achter mij horden toeristen uit een kleine gondel brengt me echter weer met beide benen op de grond. Orthodox Joodse gezinnen lachen me glazig toe terwijl je zich ziet afvragen wat die man in dat rare strakke pakje zo’n vreemde grimas op zijn gezicht heeft. Na even gezeten, gegeten en gedronken te hebben ga ik op pad. Maar niet voordat ik iemand even vraag een foto van me te maken met op de achtergrond het pad wat ik tegemoet ga; de pas van de Hörnli naar Lenzerheide. Een dun gruispad wat eerst steil naar beneden dendert en vervolgens weer omhoog kronkelt tussen grote keien en brokken graniet. Een stukje leuk en daarna een heel stuk afzien.

Ik begin het leuke stukje, de afdaling, enthousiast. Zo enthousiast dat ik al snel te hard ga en mijn achterrem indruk. Meteen schiet mijn achterwiel weg en glipt zo het padje af in de richting van het dal. In een reflex laat ik de rem los en kan ondanks mijn snelheid toch het achterwiel op het pad krijgen voordat mijn voorwiel ook het dal inglijdt. Met een beetje angst in de benen vervolg ik het stukje afdaling wat nog rest en ga ik over in het stijgende deel tussen de brokken steen door. Dit stuk blijkt een stuk langer dan ik dacht en opnieuw is het laatste stuk het ergst. Ik moet diverse keren afstappen om met de fiets op mijn schouder een paar meter verder weer op te kunnen stappen. Ik bereik de kam en zie meteen mijn volgende uitdaging: kleine sneeuwveldjes en los graniet ‘all over the place’. Dat wordt een feest der voorzichtigheid. De Hellingshoek mag er ook zijn; iedere keer dat ik mijn voorrem inknijp en niet mijn achterwerk op mijn zadel druk, dreigt mijn achterwiel omhoog te komen om me in halen via een voorwaartse salto. Ik zet mijn zadel lager om een lager zwaartepunt te hebben en ga verder na even een zelfportret gemaakt te hebben in de sneeuw.

Een paar honderd meter onder de top wordt de hellingshoek ineens een stuk minder en krijg ik een keuze: links of rechts. Het bordje zegt rechts voor Lenzerheide, en aangezien de aanwijzingen in deze regio buitengewoon goed zijn, vervolg ik mijn weg in die richting. Toch begint er iets aan mij te knagen nadat ik weer een paar honderd meter aan het klimmen ben. Het pad leidt naar een skilift die buiten werking is en verder gaat het niet. De 15 minuten klimmen vanaf de splitsing waren ter vermaak van de berg en hebben alleen maar vocht en koolhydraten gekost. Daarom vul ik beide even snel aan en ga terug naar de splitsing, draai het bordje bij en neem de juiste richting. En die richting is; naar beneden! Vanaf een hoogte van zo’n 2300 meter dender ik met grote snelheid op Lenzerheide af wat zich een slordige 850 meter lager bevindt. Mijn voorvork maakt overuren om alle schokken op te vangen en diverse keren moet ik hard ‘ACHTUNG’ roepen naar wandelaars in de verte zodat ze op tijd opzij kunnen stappen. Ik bedenk me dat één enkele verkeerde inschatting het recept is voor blauwe plekken. En alsof het gebeurt juist omdát ik er aan denk, vlieg ik ineens door de lucht. Ik kom hard neer op de grond terwijl mijn fiets me voorbij schuift. Ik krabbel overeind en constateer een paar schaafplekken die zeker weten blauw zullen kleuren de komende dagen. Ik besluit alleen nog maar positieve gedachten te hebben de rest van de tocht. Het vervolg in de richting van Lenzerheide is spectaculair. Het dorp zet zichzelf naar als ‘mountainbike heaven’ en doet die stelling recht. Een downhill parcours brengt me vanaf de boomgrens door het bos naar beneden via snelle scherpe bochten, houten bruggetjes en kleine jumps.


Ik eindig onderaan
op de asfaltweg richting Parpan. Deze weg is zo’n 3,5 kilometer overwegend bergafwaarts en ik trap met gemak mijn pedalen in de rondte terwijl mijn versnelling op zijn zwaarst staat. Het is het makkelijkste deel van de dag. Bij Parpan echter begint de pret weer. Ik zit nu op het laagste punt van mijn tocht, en ik moet 500 meter hoger de Jochalp over om weer in het goede dal te komen. De aanloop is lang en stijgt traag, maar al na 100 hoogtemeters zijn mijn benen vreselijk verzuurd en hang ik te hijgen boven mijn stuur. Mijn energie is tot een voelbaar laag niveau gekomen. Daarom rust ik weer, doe mijn ondershirt uit zodat er meer koelte nar binnen kan en eet mijn laatste boterham uit mijn pakketje. Ik drink ook mijn laatste water. Vervelend, aangezien ik na de klim in het vooruitzicht ook wel een slokje kan gebruiken. Maar mijn lichaam heeft het nú nodig. Alles schreeuwt erom. Ik verschans me nog een tijdje in de schaduw van een boom en stap weer op. Ik ben al een tijd onderweg en het is al ruim na drieën in de middag, dus ik kan niet al te veel tijd verliezen.  Na toch zeker 3 minuten beginnen mijn benen opnieuw te verzuren maar ik zal er doorheen moeten. Ik rijdt inmiddels niet meer rechtdoor, maar slinger wild van links aar rechts en weer terug om minder steil omhoog te gaan. Langzaam, tergend langzaam komt de Jochalp in beeld. Na een grote bocht in het pad krijg ik de Zwitserse vlag in het vizier die op het terras van Berghaus Jochalp staat te wapperen. Het geeft genoeg moed om door te zetten de verzuring te verbijten. Even afstappen om het hek te openen wat mij scheidt van de Jochalp waar een groepje koeien staat te grazen, en ik heb het dal waar ik moet zijn in zicht.

In de winter heb ik hier al vaak gestaan; vanuit de sleeplift linksaf vlak voor de lange afdaling rechtstreeks naar het hotel. Ik zou dus de piste moeten volgen. Ware het niet dat in de kom waar de piste doorheen gaat momenteel overal schrikdraad staat om de koeien boven te houden. Dus kies ik voor de schouder aan de linkerkant. Ik weet dat dar een wandelpad door het bos is die lager ook uitkomt op de piste. Enige minpunt: ik zie nergens een pad. Ik ploeg over de schouder die dankzij nachtregens veranderd is in een moeras. De keer dat ik af moet stappen zak ik meteen weg in natte smurrie waardoor mijn fietsschoenen direct vollopen. Dat kan er ook nog wel bij... Zo lang ik maar het pad vind. Natuurlijk moet de dag wel uitdagend afgesloten worden, dus moet ik over wat hekken klimmen om überhaupt bij het pad te komen. Leuk dat mountainbiken, maar je moet wel even de juiste route aanhouden.  Ik eindig op het pad, of liever gezegd: een pad. Niet hét pad. Een pad. Het gaat eerst horizontaal door de kom, wat ook zou moeten, maar gaat daarna in plaats van terug en naar beneden, rechtdoor en omhoog. Mijn god wat een slecht stuk van de dag. Ik moet wel doorgaan aangezien het inmiddels half zes is. Ik kan niet mijn tijd nog verder verdoen door terug te gaan en opnieuw te gaan zoeken naar het juiste pad. Ineens daagt het me. Dit pad gaat uitkomen bij de Hühnerkopf, vanwaar een asfaltweg naar beneden gaat het dorp in waar Alpina staat. Twee dagen hiervoor heb ik daar ook gefietst en ik herken de omgeving ineens ook al zag ik deze de vorige keer precies vanuit tegenovergestelde richting. Ik kom een bult over en zie het restaurant het berghuis liggen wat ik zocht om mijn theorie te bevestigen. Zuchtend glijdt ik langs het restaurant en stort me op de asfaltweg.


Ik zoef naar beneden
terwijl mijn fiets zich ontdoet van alle natuursouvenirs die verzameld zijn gedurende de dag: modder uit Lenzerheide belandt in de berm, bladeren uit Parpan zweven het bos in. De snelheid loopt hoog op en mijn schijfremmen worden zo warm dat ze beginnen te ruiken. Het is wel een heerlijk gevoel. Deze weg ken ik goed en ik tel de bochten af terug naar het hotel. De wind zoeft tussen de sleuven van mijn helm door en ik voel mijn rug stukken kouder worden doordat het zweet wat zich daar bevind ineens vol in de wind staat. Met de gedachte dat het hele dorp inmiddels aan tafel moet zitten raas ik langs het bord met het verzoek aan mountainbikes om rustig te rijden door het dorp en schiet het doorsteekje in naar het hotel. Want die laatste stijle klim vnuit het dorp naar het hotel ga ik niet meer maken. Sterker nog: die kan ik gewoon niet meer. Over wat eigenlijk een wandelpaadje is schiet ik rechtdoor en laat de weg onder me. Door het tuinhek van de buren kom ik aan op de parkeerplaats van Alpina. Ik rijdt mijn fiets de garage in en stap af. Mijn hele lichaam lijkt te kraken en piepen uit protest tegen het aannemen van een andere houding. Onhandig lopend klik...klak...klik...klak op mijn fietsschoentjes loop naar het terras en plof neer op een lege stoel. Ik zit. Net alsof ik niet de hele dag al heb gezeten, maar toch voelt dit wel even anders. Ik voel me klote en high tegelijk. Klote omdat ik he-le-maal op ben. High omdat het zo’n intense en mooie ervaring was. Ja. Alle spierpijn die dit gaat opleveren kan ik iedereen aanraden.